Er staat een huis op springen…

Let op: Dit is een krantenartikel uit een ver verleden.

ALS DE MENSEN eerstdaags een knal horen en dan een paar zwarte vlekjes op de maan ziet zitten, dan
is het gebeurd. Dan zijn het niet de Amerikanen, die op de maan zijn, maar de smid H. Gommans (Dorpstraat 66) Maasbree. Omdat zijn kelder ge-explodeerd is, waarin constant ontploffingsgevaar aanwezig is, vanwege een gasmengsel dat er zich in vormt.

DAT LAATSTE is het gevolg van het feit, dat de grond waarin de fundamenten van zijn woning werden gelegd verzadigd is van drieduizend liter benzine…. Het is geen grapje! En daarom vonden we dat over de maan maar een luguber mopje van de smid. Maar hij debiteerde het dan ook niet glimlachend, maar grimlachend en dat is heel wat anders. Er valt dan ook alleen maar te grimlachen als je in de positie verkeert van de Maasbreese smid Gommans. Stel eens dat uw levensvreugde dag in dag uit vergald werd door de mogelijkheid om op een kwade dag in de lucht te vliegen. Die mogelijkheid is aanwezig voor Gommans en de acht gezinslieden die onder zijn dak wonen.

MISSCHIEN WEET u er al iets van. Het heeft al eens in de krant gestaan, Als pikant nieuwtje. Voor wie het niet heeft opgemerkt hier meer bijzonderheden. Wij geven die bijzonderheden zonder te glim- of te grimlachen, maar met een zekere stemverheffing. Van verontwaardiging. Moet u horen:

VIER JAAR geleden bouwde smid Gommans een nieuw huis. Toen de fundering werd gelegd ontdekte men dat de bouwgrond zo doordrenkt was van de benzine dat hij brandde als men er een lucifer aanhield. … Dat doet de grond uit de kelder nu nog. Het is dus eigenlijk een oude geschiedenis daar in Maasbree, maar ze is in de laatste maanden actueel geworden. Smid Gommans heeft zijn leven lang een benzinepomp gedreven en al voordat hij zijn huis ging bouwen had hij ontdekt, dat er iets niet in de haak was. Hij schoot tekort aan zijn pompen. Waar bleef de benzine? Hij vermoedde een lek on meldde het aan de benzinemaatschappij. “Dat kan bijna niet” zei men van die kant maar toen de fundering van het huis werd gestort kwam er toch een lek aan het licht tussen de ondergrondse tank en de pomp. Naar schatting was er een dikke drieduizend liter benzine door weggesijpeld in de omringende grond. “Bouw maar door”, zeiden ze tegen de smid, “dat kan geen kwaad”.

MAAR HET kon wel kwaad, dat merkte de smid en zijn huisgenoten, toen de woning er een half jaar stond. Een penetrante lucht van benzine trok vanuit de kelder door het ganse huis. De vlaai en de weck bedierven ervan. Zelfs tot op de slaapkamers drongen — en dringen — de kwalijke dampen door. Het wordt zelfs steeds erger. Vooral het laatste half jaar is meer dan bar zeggen ze bij Gommans. Hoever de benzine zich in de grond verspreid heeft blijkt wel uit het feit dat het pompwater van de buurman er naar ging smaken, En die pomp ligt wel een meter of tien van de kelders van de smid verwijderd.

HET KWAM ER toch van dat in opdracht van de benzinemaatschappij stucadoors in de kelder van Gommans afdaalden om het euvel te verhelpen. Zij moesten na een dag werken ijlings de vlucht nemen voor de kwade benzinedampen die uit de grond opstegen. Het was er niet om uit te houden, zeiden ze. De arbeidsinspectie uit Maastricht kwam er bij te pas en van de zijde van de gemeente kwam men ook
poolshoogte nemen. De plaatselijke brandweer liet monsters meten van het gasmengsel dat zich in de kelder verzamelde. ’t Bleek explosief te kunnen zijn bij een juiste vermenging met lucht! Eén vonkje zou genoeg kunnen zijn om de boel te laten exploderen.

LEUKE gewaarwording voor de bewoners, die zich van dat gevaar echt niet bewust waren geweest. De gemeente vaardigde veiligheidsvoorschriften uit. De smid moest zijn kelderroosters dichtdekken, zijn licht — in de kelder — werd afgesloten en naast zijn voordeur rijst nu een dikke ontluchtingskoker uit de stoep op.

DAARBIJ is het gebleven, tot nog toe. De papieren wereld heeft zich meester gemaakt van deze penibele zaak. Want wie gaat dit aan? De smid weet niet precies meer waar hij het zoeken moet. Van de zijde der arbeidsinspectie — om commentaar vragend kregen we daar nul op ’t request — komt men regelmatig kijken… Maar in de kelder mag niets meer ondernomen worden…. Hem vol beton storten zou een uitkomst kunnen zijn (zegt men). Maar kennelijk weet men er niet goed weg mee. “Gelukkig dat het grondwater zo laag staat” zegt de smid. “We moeten nog maar afwachten welke invloed het zal hebben als het hoger komt…”

WE HEBBEN onze neus in de kelder gestoken om ons via ons eigen reukorgaan te overtuigen van de ernst van de zaak. We kunnen u wel vertellen dat de stank die ons tegemoet golfde aan duidelijkheid niets te wensen overliet. “En het is nog niet eens erg vandaag” zeiden de bewoners, “soms loop je dagenlang met hoofdpijn rond. Het ligt veel aan het weer”.

ZACHT UITGEDRUKT: een vreemde zaak. Die kelder wordt bekeken met de wet in de hand, er worden voorschriften toegepast en verboden uitgevaardigd. Maar werkelijk met spoed wordt or niets gedaan. Al een maand ligt het geval in de dossiers. Terwijl het ons toch echt niet overdreven voorkomt, dat er
snel iets aan gedaan zou worden.

EIGENLIJK LAAT het ons steenkoud, hoe de situatie rechtskundig ligt, wie verantwoordelijk is en wie niet. Het is een feit — en dat werd bij informatie van deskundige zijde niet afgezwakt of ontkend — dat het gasmengsel in die kelder werkelijk explosief kan zijn. Op het moment dat het opgemeten werd was er voldoende benzinedamp aanwezig om bij een juiste vermenging het hele zaakje in de lucht te laten vliegen. Alleen deze feiten lijken ons voldoende om met voortvarendheid aan het werk te gaan. Kan ons niets geven welke instantie ermee begint !

Deel dit bericht:

smeed3